Cv voor een verpleegkundige
Voor een verpleegkundige tellen je BIG-registratie, specialisaties en de afdelingen waar je ervaring hebt. Zorgvuldigheid en empathie wil je laten doorklinken.
Een cv voor een verpleegkundige begint met je BIG-registratie, je opleidingsniveau en de afdelingen waar je ervaring hebt. Benoem specialisaties, het type zorg en de patiëntengroepen waarmee je werkte. Laat zorgvuldigheid en samenwerking doorklinken in hoe je je taken beschrijft, niet als losse karaktereigenschappen.
Wat zet je op een cv voor een verpleegkundige?
- Vermeld je BIG-registratie en relevante certificeringen prominent.
- Benoem afdelingen/specialismen (IC, SEH, ouderenzorg) en patiëntgroepen.
- Laat zowel vakvaardigheden als communicatie/empathie zien met voorbeelden.
- Houd het feitelijk; zorgwerkgevers waarderen helderheid boven mooie woorden.
Welke vaardigheden verwacht een werkgever?
Veelgevraagd voor deze functie — neem op wat op jou van toepassing is:
- BIG-registratie
- Patiëntenzorg
- Samenwerken
- Stressbestendig
- Dossiervoering
Hoe zet je je BIG-registratie en opleidingsniveau op je cv?
Je BIG-registratie is geen detail maar de voorwaarde om als verpleegkundige te werken. Zet 'm bovenaan, met je nummer en de geldigheid, zodat een recruiter niet hoeft te zoeken. Maak daarnaast expliciet op welk niveau je bent opgeleid — mbo of hbo — want daar hangen taken en functieschaal aan vast.
- Noem je BIG-nummer en tot wanneer de registratie geldig is.
- Geef je opleidingsniveau aan: mbo-verpleegkundige (niveau 4) of hbo-verpleegkundige (niveau 6).
- Loopt je herregistratie binnenkort af? Zet erbij hoe je aan de werkervaringseis voldoet of welke scholing je volgt.
- Sta je in het Kwaliteitsregister V&V, vermeld dat dan apart — het zegt iets over je bij- en nascholing.
Hoe beschrijf je je afdelingen en patiëntengroepen?
Zorgwerkgevers lezen je cv om in te schatten hoe snel je inzetbaar bent op hun afdeling. IC, SEH, oncologie en wijkverpleging vragen heel verschillende vaardigheden. Benoem daarom per functie de setting, de patiëntengroep en de zorgzwaarte, in plaats van alleen je functietitel te herhalen.
- Noem de afdeling én het type instelling: academisch ziekenhuis, streekziekenhuis, verpleeghuis, GGZ, thuiszorg.
- Beschrijf de patiëntengroep en de complexiteit van de zorg.
- Vermeld of je in dagdienst werkte of ook avond-, nacht- en weekenddiensten draaide; dat is voor roosters relevante informatie.
- Geef een indicatie van de omvang: aantal bedden, teamgrootte of het aantal cliënten in je caseload.
Hoe laat je vakbekwaamheid zien zonder karaktereigenschappen op te sommen?
'Empathisch en stressbestendig' staat op vrijwel elk zorg-cv en onderscheidt je dus niet. Wat wél onderscheidt: welke voorbehouden handelingen je bekwaam uitvoert, met welke systemen je werkt en welke extra rollen je hebt vervuld. Dat is concreet en na te vragen.
- Benoem voorbehouden en risicovolle handelingen waarin je bekwaam bent, bijvoorbeeld injecteren, katheteriseren of venapunctie.
- Noem de elektronische dossiersystemen die je gebruikte (bijvoorbeeld HiX, Epic of Nedap ONS) — dat scheelt inwerktijd en werkgevers vragen ernaar.
- Vermeld aandachtsvelden of extra rollen: wondzorg, palliatieve zorg, praktijkbegeleider, aandachtsvelder infectiepreventie.
- Laat samenwerking blijken uit voorbeelden: multidisciplinair overleg, overdracht, begeleiding van studenten.